Over mijn eerste zoon Leon.*

Over mijn eerste zoon Leon.*

Tien jaar geleden is ons eerste kindje geboren en onmiddellijk daarna gestorven. Het was een aangekondigde dood. Nog voor de bevalling begon, wisten we dat hij het niet zou overleven.

De zwangerschap was 25 weken ver gevorderd. Zijn naam was Leon. Voor mijn geestesoog kan ik hem nog zien liggen, in mijn handen en die van mijn vrouw, alsof het pas gebeurd is. Zijn handjes liggen op zijn buik, op het gaas rond zijn navel. Zijn ogen zijn gesloten, en op zijn gelaat een uitdrukking van verbazing en verslagenheid.  Ik heb in mijn leven dingen meegemaakt die pijnlijk waren, maar niks dat zoveel zeer deed. En ik had mij het vaderschap op allerlei manieren voorgesteld, maar niet op deze manier.

Enkele jaren geleden vroeg een vriend van me wat er ons toen geholpen heeft. Hij had een koppel in therapie waarvan het kindje ook gestorven was bij de geboorte. Wat ik hem toen verteld heb, zet ik hieronder op papier, in de hoop dat iemand anders er iets aan heeft.

Een advies dat je vaak krijgt is om steun te zoeken in je omgeving. Dat hebben wij niet gedaan. De eerste weken hebben we weinig of geen andere mensen gezien. Vrienden en familie wilden ons maar al te graag steunen, dat was niet het probleem. En ik voel nog altijd een intense dankbaarheid wanneer ik de kaartjes en mails opnieuw lees. Maar de aanwezigheid van andere mensen leek op dat moment teveel.

Onze zoon is gecremeerd. We hebben niemand op de uitstrooiing gevraagd. Er over praten met andere mensen was lastig. De lijst van oprecht geïnteresseerden was lang, het aantal keren dat we het heel het verhaal hadden moeten doen ook. Het leek gewoon niet doenbaar om elke keer opnieuw verslag uit te brengen, omdat het zo uitputtend was.

Ik weet achteraf nog altijd niet of het een goed idee zou geweest zijn om meer steun te zoeken bij andere mensen. Ik was de eerste weken compleet verloren, onhandelbaar. Het verlies van een kind zorgt niet alleen voor verdriet, maar ook voor angst, machteloosheid en woede. Tussen het begin van de weeën, tot de uiteindelijke geboorte, lagen meer dan 30 uur, die allemaal wel een eeuwigheid leken te duren. We lagen op een kamer van de gewone materniteit, waar we de vreugdekreten hoorden van mensen in andere kamers, van ouders van kinderen die wel levend geboren waren...

Het was horror.

Je hoort wel eens van mensen dat ze zich in dat soort situaties ‘verdoofd’ voelden. Ik had me op dat moment wel verdoofd willen voelen, maar dat was me niet gegund. Het leek eerder alsof er in mijn hoofd iemand constant heel hard aan het gillen was uit pure paniek. En dan moest ik nog niet eens de intense fysieke pijn verdragen die mijn vrouw beleefde. Ik heb nog maandenlang last gehad van nachtmerries, flashbacks... en ook een periode van brandende, irrationele kwaadheid op alles en iedereen. Ik schaam me nog altijd als ik terugdenk aan sommige van mijn woede-uitbarstingen tegenover mensen die er allemaal absoluut niks mee te maken hadden.

Wat misschien wel het meest geholpen heeft is dat er tussen mijn vrouw en mij nooit conflicten zijn geweest over hoe we de verschrikking beleefden. Toch niet dat ik me kan herinneren. Je leest vaak dat mannen en vrouwen heel anders rouwen. Mannen willen dingen doen, vrouwen willen praten, dat soort van clichés. Ik heb daar bij ons weinig van gemerkt.

Mannen willen dingen doen, vrouwen willen praten, dat soort van clichés. Ik heb daar bij ons weinig van gemerkt.
— Alexander

Nog op dezelfde dag dat we het slechte nieuws kregen, hebben we elkaar beloofd dat het onze relatie niet kapot zou maken. Dat was geen voorspelling, want ik denk dat we geen van beiden echt wisten wat ons te wachten stond. Het was een beslissing, iets om je aan te houden, en ik ben blij dat we die toen hebben genomen. Niemand kan in zo’n situatie echt begrijpen wat je meemaakt, behalve je partner. We waren allebei gebroken en in die zin aan elkaar verbonden. Wij hebben het geluk gehad dat we elkaar konden blijven graag zien en steunen.

Wat daarnaast geholpen heeft is dat we in de eerste dagen de tijd kregen om bij Leon te zijn, en daarmee bedoel ik bij zijn dode lichaam. Dat we dingen konden doen zoals: zijn geboortekaartje maken en versturen, spullen verzamelen om mee te geven in zijn doodskist, foto's nemen en in een album plakken, tegen hem spreken en hem vasthouden, urenlang.

Ik denk dat sommige mensen in het ziekenhuis het allemaal maar griezelig en raar vonden. Maar voor ons was het echt nodig. Voor we dit meemaakten, begreep ik niet waarom het belangrijk was om doodgeboren kinderen als volwaardige mensen te behandelen, ze een naam te geven en een begrafenis. Nu begrijp ik het wel.

Het is een vreemd soort van bewustzijn waarin je verkeert de eerste dagen en weken, rauw en gedesoriënteerd, ondergedompeld in een soort van oer-verwarring. Alsof er een raar, oud deel van je hersenen wordt geactiveerd, iets bijna dierlijk. Je voelt dan ook een heel sterke nood om handelingen te stellen die waarde en betekenis verlenen aan wat er gebeurd is.

Uiteindelijk wordt het beter. Ik heb altijd gevonden dat de beleving van het verdriet, de angst en de kwaadheid een van de meest verscheurende ervaringen was die ik ooit heb meegemaakt, maar tegelijk ook een van de meest zuivere en onmiddellijke. Het is nooit bij me opgekomen om de gevoelens te negeren of te onderdrukken.

Ik wilde juist dat het nooit zou overgaan. De idee dat het verdriet zou vervagen was soms onuitstaanbaar.
— Alexander

Ik zou het trouwens niet gekund hebben, al had ik het gewild. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit dacht ‘als het maar over gaat’. Ik wilde juist dat het nooit zou overgaan. De idee dat het verdriet zou vervagen was soms onuitstaanbaar. Om dat er ook een heel intens gevoel van liefde aan verbonden was. Nu, tien jaar later, kan ik zeggen dat die angst ongegrond was. Ik denk nog elke dag aan Leon, ik ben nog altijd verdrietig, en zie ik hem nog even graag. Dat ik zijn vader ben is bepalend voor wie ik ben, als vader, als partner en als mens.

En dat is goed zo. Dat hij gestorven is nog voor hij echt kon leven, blijft verschrikkelijk. Maar het heeft ons niet fundamenteel verhinderd om gelukkig te zijn. Het werpt geen blijvende schaduw over ons leven. We zijn heel gelukkig met het gezin dat we hebben, daarover bestaat geen twijfel. Wat me nu met het meeste raakt is de ervaring van liefde.

Het is één zaak om te denken dat er zoiets bestaat als een liefde die al het functionele overstijgt, die niet gebonden is aan wat de ander doet, of heeft of kan. Het is iets helemaal anders omdat tien jaar lang te voelen, elke dag opnieuw.

Zonder Leon had ik dat nooit meegemaakt.


Nood aan een gesprek, meer info of een luisterend oor? De organisaties www.metlegehanden.be en www.bovendewolken.be zijn prachtige initiatieven, waarvoor wij alleen maar ons diepste respect kunnen betuigen.


Alexander Witpas is vader van drie zoontjes L*, A (9) en M (4). Hij heeft een praktijk als seksuoloog in Antwerpen en werkt bij de Vlaamse Gemeenschap rond preventieve gezondheidzorg. In de toekomst zou hij graag wat meer slapen.