Op Vaderklap expeditie: de eerste keer kamperen

We schrijven april 2016. Tijdens één van de Vaderklap brainstorms hebben we het over de activiteiten op de blog. Ooit, als ze wat ouder zijn, kunnen we gaan kamperen. Vaders en kinderen onder elkaar, in de natuur, zonder moeders.

Het is 15 juli. Vaderklap bestaat zes weken en we zitten ten midden van het Meerdaalwoud,ons aangeraden door Agentschap voor Natuur en Bos, op een boogscheut van Leuven. We kamperen. Echt kamperen. Met een tentje. En een slaapzak. En een gasvuurtje. En veel muggen...

Met zes waren we: drie vaders en drie kinderen. A. is 6, M. anderhalf en A. is bijna 3 jaar oud. De kinderen kennen elkaar niet. Met wat rozijntjes is het contact echter snel gelegd. Tenten worden opgezet, matjes uitgerold en de slaapnestjes geïnstalleerd.

Tijd voor een aperitiefje. Pintje voor de vaders, water met een limoensmaakje voor de kinderen. Het is – voor kindernormen – al redelijk laat. Lees: 20u. Iets te veel materiaal bij en iets te laat gearriveerd zijn de schuldigen. Het is gelukkig droog en warm. Behalve een verdwaalde Nederlander en een bende tieners zit er niemand rond het kampvuur. Het is best wel een zicht: drie vaders met hun kroost. De vliegtuigen die over vliegen, de tractor die het hooi komt opdraaien, de vogels, het kampvuur…het is een belevenis voor de kleinsten. De kinderen genieten duidelijk van de buitenlucht, het samen zijn en de homemade bouletjes.

De kleinsten krijgen hun pyama aan. Terwijl de zon ondergaat, komen ze tot rust. Samen op het picknickdeken, in het campingstoeltje bij het kampvuur, boekje lezen. We stoppen A. en M. in bed. De adrenaline bleef nog even nazinderen, maar uiteindelijk vielen ze vlot in slaap.

Wij, vaders, trokken nog even naar het kampvuur. Even nagenieten van een zalige avond. We hadden onze twee pintjes (per vader) al opgedronken, dus werd het een restje ice-tea van Dimi zijn vrouw. Er is maar een flesje over, dus we moeten het delen met ons drie. Wat een verschil met vroeger en met de Pokémon vangende tieners rond het kampvuur. Zij zitten daar met hun fles rum, cheap bier en sigaretten waar iets anders dan tabak in zit. Ja, we voelen ons een beetje oud, maar het blijft een grappig zicht.

Even na middernacht gaven we er de brui aan en lieten we tieners alleen met hun verdwaalde Pokémons en hun goedkope rum. Tijd om naast ons kleintje in slaap te vallen. In de tent was alles rustig. M. en A. sliepen als roosjes. De buitenlucht deed hen goed. Zo samen in een tentje liggen, slaapzakken aan elkaar vast geritst, het geritsel van wat knaagdiertjes...het doet wat met een vader.

’s Morgens is het veel te snel opruimen geblazen. Tentjes worden terug opgevouwen en matjes opgerold. De kinderen dollen nog even op de weide. Wij sleuren alles op onze rug. De kleine van de buren weent superhard. De nog slapende en waarschijnlijk over Pokémon dromende tieners zullen nu wel vloeken.

Afscheid wordt genomen. De auto wordt volgeladen.  Vijf minuten in de auto en M. ligt al slaap.

En de moeders? Die mochten niet mee. Tot hun grote spijt. Voor één keer was het vader en kind. Hierdoor dwingen we onszelf alle taken op ons te nemen: van het verversen en aankleden tot voeden en boekje lezen. Vaak gaat het kind automatisch naar de mama en komen we ergens op een tweede plek. Begrijpelijk. Tijdens zo’n avond en nacht versterken we de vader-kind-band. Daar zijn we van overtuigd.

Dit was een beta expeditie, een keer proberen. Wordt vervolgd. Zeer zeker! Met minder materiaal, meer tijd en misschien toch wel een extra pintje.

 

Zelf kamperen? Dit zijn onze tips.